Mijn partner kan me soms compleet overvallen met een vraag. Voor hem is het een onschuldig “even tussendoor”, voor mij voelt het alsof iemand onverwacht een vergadermap op mijn bureau dumpt. Dat ‘even’ is namelijk zelden iets waar ik ook écht even ruimte voor heb.
Bijvoorbeeld: “Hé Marit, wat zullen we eten als je ouders zaterdag komen? Of zullen we zondag naar die expositie gaan?” En dan heb ik het nog niet eens over de grotere vragen zoals: “Waar zou jij graag naartoe willen in de zomervakantie?” Zo’n vraag komt bij mij niet binnen als gezellig meedenken, maar als een mentale verrassingsaanval.
Wat er jarenlang gebeurde? Ik deinde maar mee met wat mijn vriend voorstelde, simpelweg omdat ik niet snel genoeg met een antwoord kwam. Achteraf zie ik dat dit op heel veel momenten zo ging. Ik heb autisme, en ik ben erachter gekomen dat mijn frustratie vooral zat in dat me laten overtuigen. Wat ik nodig heb, is ruimte: eerst een paar mapjes sluiten in mijn hoofd en er dan gericht op terugkomen. Graag één onderwerp tegelijk, niet een complete meerkeuzevraag met bonusronde.
Maar probeer dat maar eens rustig uit te leggen terwijl je zelf nog niet eens goed weet wat autisme precies voor jóu betekent. Jochem kon achteraf gezien rustig drie vragen in één zin stellen, terwijl ik de ruimte voor nul had. Buiten geen ruimte hebben snap ik nu ook dat ik woordverlegen ben.
Hoe zeg ik de dingen naast het begrenzen?
Hij had uitleg nodig. Ik kon die uitleg niet geven. Nog voordat ik het doorhad, zat ik al in het verwijt.
Mijn vriend werd vervolgens weer getriggerd door mijn verwijt, en zo belandden we steeds sneller in bonje. Met als resultaat: steeds minder gesprekken, terwijl we eigenlijk juist meer afstemming nodig hadden.
Benieuwd waar we nu aan werken?
Bekijk hier de download:
Download bij artikel woordverlegen zijn (21 downloads )




