Mijn vrouw vult voor mij in. Dat doet ze efficiënt, grondig en met een overtuiging waar je u tegen zegt. En ja, oké, ik heb autisme. Maar dat betekent niet automatisch dat zij mijn moeder is en ik een verdwaalde peuter met een to–do lijst.
Toch gebeurt het. Mijn dag bestaat uit een soort live-ondertiteling van haar gedachten.
“Axel, kun jij dit even doen?”
“Axel, misschien is het handig als jij…”
“Axel, ga anders even je schuur in, want je zit alweer achter dat vierkante beeldscherm.”
Voor de kinderen er waren, gebeurde dit niet. Toen waren we twee volwassenen die samen een beetje aanklooiden. Nu zijn we ouders, en ergens onderweg ben ik in haar hoofd gedegradeerd tot ‘project waar nog wat fine-tuning op nodig is’.
Het lastige is: ze vult niet alleen in wat ik moet doen, maar ook hoe ik het had moeten doen. En vooral: wat ik blijkbaar bedoelde maar verkeerd heb uitgevoerd. Het resultaat is een soort escape room zonder hints, waar ik telkens nét niks goed doe.
Relatietherapie was dus geen luxe, maar een soort APK-keuring voor ons huwelijk. De uitkomst: mijn vrouw had er, sinds de geboorte van onze twee dochters, gevoelsmatig een kind bij gekregen. Spoiler: dat was ik.
Zij miste initiatief. Ik dacht dat ik initiatief toonde. Alleen… in mijn hoofd. Zonder handleiding. Zonder duidelijke opdrachtomschrijving. Gewoon, intuïtief. Wat voor iemand zonder autisme misschien prima werkt, maar bij mij resulteert in acties die technisch correct zijn, maar emotioneel totaal niet de bedoeling raken.
Blijkbaar is “de schuur in, de tuin of zolder doen” niet hetzelfde als “de schuur in, de tuin of zolder doen zoals mijn vrouw het voor zich ziet in een gedetailleerde, maar nooit uitgesproken PowerPointpresentatie”.
Aan mijn kant zat het probleem ook. Ik wilde het goed doen, echt. Maar ik vroeg te weinig om kaders. Want ja, ergens dacht ik: dat moet ik toch gewoon kunnen? Ondertussen had mijn vrouw de energie niet meer om alles uit te leggen en ging ze het zelf doen. Inclusief frustratiepakket.
Wat ik in therapie leerde, is dat autisme niet alleen betekent dat je anders communiceert, maar ook dat zelfreflectie… laten we zeggen… niet mijn sterkst ontwikkelde feature is. Ik ben sterk in: “Laten we eerst eens kijken wat jij allemaal fout doet,” voordat ik mezelf onder de loep leg.
De kunst van het buiten mezelf leggen is een vaardigheid waar ik verrassend goed in ben. Helaas is dat binnen een relatie ongeveer net zo effectief als een paraplu in een orkaan.
Maar goed, we leren. Samen. Dat is het verschil met voorheen. We zijn niet meer twee mensen die elkaar proberen te lezen zonder woorden. We zijn nu twee mensen die hardop zeggen: “Hé, ik wil dit, kan dat of hé ik snap je even niet, help je me even?”
Mijn vrouw weet nu dat initiatief nemen voor mij anders werkt. Ik weet nu dat “anders” niet betekent “onzichtbaar”. En dat vragen stellen geen zwakte is, maar voor mij een overlevingsstrategie.
We zijn er nog niet. Absoluut niet. Maar we zijn wel gestopt met tegenover elkaar te staan.
We zitten nu naast elkaar. Soms nog een beetje mokkend, dat wel.
Maar hé — vooruitgang is ook dat je samen moppert in plaats van alleen.




